Cesuur en Hulpmiddelen
Cesuur
De cesuur van een examen is de zak-slaaggrens: het aantal vragen dat u minimaal goed moet beantwoorden om een 5,5 te behalen.
Voorbeeld: Is de cesuur 36, dan betekent dat dat u bij 36 goede antwoorden een 5,5 hebt behaald. Is de cesuur 28, dan betekent het dat u een 5,5 behaald hebt bij 28 goede antwoorden.
In de toets- en eindtermen van elk vak staat aangegeven wat de cesuur van het examen is.
Hulpmiddelen
Per examen zijn één of meerdere hulpmiddelen toegestaan. Kijk bij het betreffende examens welk van onderstaande getallen zijn aangegeven.
Uitleg toegestane hulpmiddelen:
- Gebonden wetbundels, mits daarin geen aantekeningen voorkomen en er zich geen andere (tab)bladen in bevinden dan door de uitgever zijn aangebracht. Onderstrepingen of markeringen (met gekleurde stift) worden niet als aantekeningen aangemerkt.
- Niet-programmeerbare rekenmachine (bij Flextoetsen wordt de rekenmachine ter beschikking gesteld)
- Gebonden wetbundels zoals omschreven onder nr. 1 en een niet-programmeerbare rekenmachine (Bij flextoetsen wordt de rekenmachine ter beschikking gesteld)
- 'Schone' interest- en logaritmentafels
- Landelijk Vastgoed: het Besluit Landbouw Milieubeheer van 13 juli 2006 uit het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden (onbeschreven, geen aantekeningen etc.)






